Kijk ook eens bij de
vragen en reacties
of heeft u zelf een tip?

‘Alles van melk’: ontbrekende grootheden



 
In het boek ‘Alles van Melk’ hebben Pim Reinders en ik veel onderwerpen en personen behandeld. Maar in 288 bladzijden kun je niet iedereen noemen die een rol in 140 jaar zuivelgeschiedenis  heeft gespeeld. Soms ontbrak de ruimte, soms pasten ze niet in het verhaal. Hieronder een paar van die ontbrekende zuivelgrootheden.

Aad Vernooij 
Tiny Sanders
Tiny Sanders was één van de “Marsmannetjes” bij Campina, managers die van het in Veghel gevestigde Mars naar Campina overstapten in het voetspoor van Willem Overmars (what’s in a name) die in 1984 directeur werd van de toenmalige DMV Campina (toen nog in Veghel gevestigd). Sanders kwam in 1992 en kreeg onder meer de taak om de bedrijven te reorganiseren die in Duitsland waren aangekocht. Hij klom op tot  directeur van de internationale divisie en volgde in 2000 Bernard Bijvoet op als hoogste baas. Een van zijn wapenfeiten was het vervangen van de (merk)naam Melkunie door Campina, die beter bekte in het buitenland. Eind 2004 kondigde Sanders een fusie aan met het Deense Arla. Het hoofdkantoor zou in Kopenhagen komen en Sanders zou er de scepter zwaaien. Maar enkele maanden later werd bekend dat de fusie niet doorging onder meer vanwege verschillen van mening over de financiering door de melkveehouders. Sanders bouwde daarna de merkenstrategie van Campina verder uit en concurreerde daarbij met die andere gigant: Friesland Coberco. Bij de fusie tussen deze twee, eind 2007 aangekondigd, moest Sanders het veld ruimen. In juli 2010 werd deze Brabander en voetbalfan benoemd tot algemeen directeur bij PSV. Hij was toen pas 53 jaar.

Hans Willemse
Hij werd de ‘geestelijk vader’ van Frau Antje genoemd. Hij was directeur van de Duitse vestiging van het Nederlands Zuivelbureau van 1960 tot 1989. In die periode steeg de kaasexport naar Duitsland van 50 naar 167 miljoen kilo. We hebben het over Hans Willemse. Onder zijn leiding werd bij de kaaspromotie systematisch het kaasmeisje ingezet en kreeg zij in Duitsland de naam van Frau Antje. Een van zijn uitspraken: “iedere vierde speen van de Nederlandse koeien wordt voor Duitsland gemolken”, (ongeveer een kwart van de zuivelproductie ging naar Duitsland). Journalisten hingen aan zijn lippen als hij vertelde hoe hij met Antje de Bondsrepubliek “platwalste”, zoals in een paginagroot interview in de NRC (26/3/1983): “Kijkt u eens hier meneer. Frau Antje met Bernhard en daar staat ze met Kohl en hier met Schmidt en op de volgende foto met Beatrix en Claus. Niemand ontkomt aan het Zuivelbureau, meneer.” Willemse overleed in 1998, op 74-jarige leeftijd.

Gerrit Kaper
In 1984 was hij 78 jaar en zat hij zestig jaar in de kaashandel. Ter gelegenheid daarvan verscheen een boekje met zijn levensverhaal: Gerrit Kaper en 60 jaar kaashandel in Noord-Holland. Hij begon met een koffer vol monsters kaas, waarmee hij langsging bij levensmiddelenbedrijven. Hij kocht kaas in bij fabrieken en op de markt van Alkmaar. Zijn baas leerde hem de kwaliteit keuren door met de knokkels van zijn hand op de kaas te slaan: “Kaper…tikken”, tot het bloed langs zijn vingers liep. Hij leerde het verschil tussen kaas uit Texel en uit de Beemster, tussen brosse, witte en korte Edammers. Hij bouwde een eigen zaak op met Albert Heijn als klant. Na 1945 verloor de kaasmarkt z’n functie omdat fabrieken eigen afzetkanalen hadden. Kaper streed, als bestuurslid/voorzitter van de VVV voor het behoud van de Alkmaarse kaasmarkt als toeristische trekpleister. En voor de oprichting van een kaasmuseum. Met succes.

Jef Wintermans
Onderwijzers speelden een stuwende rol bij het ontstaan van zuivelfabrieken vooral in het oosten en zuiden van het land. Een van hen was Jef Wintermans (1877-1955), die betrokken was bij de oprichting van een fabriek in zijn geboorteplaats Duizel (in de Kempen bij Eindhoven). Hij was maar kort onderwijzer, van 1895 tot 1906. Daarna werd hij zuivelconsulent in Noord-Brabant (1906-1918). In die functie stimuleerde hij de oprichting van zuivelfabrieken en gaf hij technische adviezen. Tegelijkertijd klom hij op in de politiek (Tweede Kamerlid voor de Rooms-Katholieke Staatspartij van 1918-1929), was hij voorzitter van Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (1908-1929) en later waarnemend directeur-generaal landbouw(1935-1939). Hij bestreed de opvattingen van boerenapostel pater Van den Elsen die meende dat technische vooruitgang (stoomzuivelfabrieken) de boeren afhankelijk maakte van machines. Bas Bierkens die in 2011 een mooi boek over de boterfabrieken in de Kempen publiceerde, schreef eerder over Jef Wintermans:  Memoires van Jef Wintermans, Landbouwpionier, politicus, journalist.

Hylke Bonnes Hylkema
H.B. Hylkema (1858-1935) was een Fries die Nederland het kaas- en botermaken leerde. Evenals bovengenoemde Wintermans een boerenzoon en onderwijzer, dé ideale voorbereiding op de functie van zuivelconsulent. Hij was een praktijkman, die vanaf 1888, de mede door zijn vader opgerichte zuivelfabriek in het Friese Irnsum beheerde. In 1889 werd hij zuivelconsulent in Gelderland, in 1904 in de provincie Utrecht (tot 1923). Hij gaf ook les aan de Rijkslandbouwschool in Wageningen. Hij is vooral bekend geworden door het Leerboek der zuivelbereiding, waarvan hij regelmatig een herziene versie uitbracht. De ontwikkeling van de techniek in de zuivelbereiding is er aan af te lezen. Zo bevatte de eerste druk uit 1896 419 pagina’s; de vierde druk van 1923 kwam op 650 pagina’s.

(bron: Veeteelt)

Méér over zuivelconsulenten in een artikel dat het blad Veeteelt in 2008 publiceerde (o.a. te raadplegen via edepot.wur.nl/152456?).

Aad Vernooij (juni 2013)